Ergens voor staan

Nooit had hij problemen gegeven… noch toen hij heel klein was, noch toen hij opgroeide. Een gemakkelijk kind was hij, altijd… Op school deed hij het uitstekend, zijn ouders hoefden hem nooit aan te sporen om zijn huiswerk te maken – en waar in andere gezinnen waar kinderen die net zo oud waren als hij, echte pubers werden met alle moeilijk-heden van dien, bleef hij onveranderlijk dezelfde ge-makkelijke zoon. Toch was hij geen wereldvreemd studiehoofd – hij had vele vrienden en met de jaren kwamen daar ook steeds meer vriendinnen bij; maar met geen van hen leek hij een vaste relatie te willen aangaan. Dit tot grote spijt van zijn ouders die hem maar al te graag met een aardig intelligent meisje – het liefst uit zijn eigen goede milieu –  zouden zien thuiskomen.

Na zijn middelbare schooltijd, die hij afsloot met prach-tige resultaten, ging hij naar de universiteit. Rechten studeren, dat was zijn grote wens – en zijn ouders stonden  pal achter hem. Sterker nog… ze waren ver-rukt…. want ze zagen het al voor zich… Hun zoon met zijn mooie kop, zijn briljante geest en zijn charmante uitstraling zou het ver gaan schoppen. Hij zou bekend worden, beroemd… op de televisie komen, in de krant met grote zaken.

Maar nu is hun droom verbleekt…

Kort na zijn afstuderen – cum laude natuurlijk – komt die jongen op een kwade dag thuis met een Aziatisch  meisje… een aardig kind hoor, daar niet van, maar ja… toch niet echt de schoondochter, waarvan ze gedroomd hebben. Tot overmaat van ramp komt het kind ook nog eens uit een totaal ander milieu om nog maar niet te spreken over de cultuur waar ze uit voortkomt. Iets Chinees en tot overmaat van ramp ook nog eens christelijk. Vanwege dat christendom is ze gevlucht, asielzoeker geworden.

Haar vader is vermoord vanwege zijn geloof, haar moeder en jongere zusjes zijn ook in Nederland. Ze schijnt ook nog een paar broers te hebben, één in de gevangenis of zo, maar het fijne weten ze er niet van. Willen ze ook niet weten. Wat moeten ze met dat meisje…en haar geloof. Christelijk…. en dat terwijl zij hun zoon heel bewust atheïstisch hebben opgevoed. Niets hebben ze met een God of een kerk. Ze vinden het zelfs eigenlijk nogal belachelijk allemaal, zielig ook. Dat mensen een God nodig hebben… kom nou toch… in het leven moet je het zelf doen… en daar zijn tot nu toe erg goed in geslaagd.

Echter; ze zijn verstandig geweest, ze hebben dat meisje met gepaste beleefdheid ontvangen en ze zijn ervan uitgegaan dat hun zoon al gauw op haar zal zijn uitgekeken… Er lopen zo veel mooie intelligente collega’s van goeden huize  rond; hij zal toch niet zo gek zijn, dat hij aan haar blijft hangen.

Dat is hij dus wel.

Op zekere dag – hij kent die vrouw amper een halfjaar – komt hij thuis met de mededeling, dat hij besloten heeft om zijn net begonnen carrière in Nederland op te geven en met haar, die Ying of Yong of hoe ze ook mag heten, naar haar vaderland te vertrekken. Voor Amnesty International wil hij daar gaan werken als advocaat voor mensen, die gevangen zitten vanwege hun geloofsovertuiging. “Knettergek ben je”, schreeuwt zijn moeder, als ze ontdekt dat het hem menens is. “Je spreekt de taal niet eens”. “Daarvoor heb ik Yong – shi”, antwoordt hij rustig, “Zij zal me haar taal leren, zoals ze ook de onze heeft geleerd en samen komen we er wel”. “Je snapt natuurlijk wel, dat je nu een keuze maakt tussen een briljante carrière en een roemloos bestaan”, zegt zijn vader droog. “En o ja… dat huis met kantoorruimte, dat we je beloofd hebben als je zou trouwen kun je natuurlijk ook wel vergeten… Ik besteed mijn goede geld niet aan een hopeloze gelukszoeker”.

“Ik zoek geen geluk, pa”, antwoordt de zoon rustig.  “Tenminste niet het geluk dat jullie geluk noemen. Ik zoek het geluk in de liefde en in de rechtvaardigheid. Ik zoek het in mensen zoals Yong – shi en haar familie, die voor iets durven vechten. Iets wat ze de moeite waard vinden en waar ze trouw aan blijven, zelfs als hun leven daarbij gevaar loopt… Dat is voor mij geluk. En daarvoor ga ik. Het spijt me dat jullie me niet willen of kunnen volgen, maar de stem in mijn hart is harder en tegelijkertijd oneindig veel  zachter dan die van jullie… Ik ga dus en laat alles achter. Ik ga weg en neem niets mee op mijn weg naar een volledig onbekende toekomst…. Alleen haar van wie ik houd en als zij durft te vertrouwen op haar God, dan durf ik dat ook…”

Dorothee van Leer
(zie ook Aswoensdag – Biddinghuizen)

Over bidden gedacht…

Zeg niet hemel
als je slechts naar aardse zaken verlangt.
Zeg niet Uw naam worde geheiligd
als je voortdurend je eigen eer zoekt.
Zeg niet Uw rijk kome
als je alleen maar hoopt er zelf beter van te worden.
Zeg niet Uw wil geschiede
als je geen tegenslag kunt verdragen.

 Bid niet voor het brood van vandaag
als je niet voor de armen op wilt komen.
Bid niet voor vergeving van schulden
 als je in wrok leeft met anderen.
Bid niet voor een leven zonder bekoring
als je voortdurend met het kwade omgaat.
Bid niet voor een leven zonder kwaad
als je niet op zoek bent naar het goede.

 Zeg niet Amen  en Zo zij  het
als dit gebed je niet ter harte gaat.

(uit Tsjaad)

Er is zoveel te zien

En ik zag
hoogmoed in uw kantoren
hebzucht in uw banken en verzekeringen
nijd in uw politieke partijen en verenigingen
onkuisheid op de Wallen van de oude stad
onmatigheid in uw aankopen
gramschap in uw relaties
traagheid in uw reacties op nood.

En ik zag
ijdelheid u omgeven
u in gierigheid uw geld oppotten
jaloezie in uw kopen en
handelen lust op en in uw media
vraatzucht in uw dagelijks eten
woede om wat u niet heeft
gemakzucht in uw leven stromen.

En ik zag 
u voedselbanken oprichten
koken en maaltijden uitdelen
kleding en ruilwinkels opzetten
zieken bezoeken
exodushuizen in uw wijk verwelkomen
vreemdelingen en illegalen huisvesten
hospices tot leven wekken.

En ik zag
u het dagelijks brood uitdelen
mensen te drinken geven
u uw mantel delen
ongeneeslijk zieken erbij halen
gevangenen vergeven
met illegalen uw huis delen
het verdriet van de doden delen.

En ik zag
in de wereld om me heen
de wonderen van onze tijd

Hub Crijs, Diakonie en Parochie,
december 2012

En ik zag
mensen
die Tekens van Gods Liefde
zijn….

Teken van Gods liefde zijn

Konijntje van God

konijntjeTibbe van vijf was aanwezig bij de doop van de baby van een vriendin van zijn moeder. Hij is niet kerkelijk en gelovig opgevoed, maar volgde de doop met grote interesse en de symbolen en handelingen daagden blijkbaar uit tot navolging.

Zijn moeder hoorde hem tenminste de volgende dag bij het konijnenhok. Ze dacht, dat hij het konijn water aan het geven was, maar hij kon veel meer met het water:
‘Ik doop jou. Nu ben je een konijntje van God ….’

Het was niet ver voor de Kerst, dat deze doop plaatsvond, maar naar verluidt, heeft een en ander geen gevolgen gehad voor het bewuste konijn richting het kerstdiner….

Een parochiaan aan wie dit verhaal verteld werd, vroeg: “ Is dat een geldige doop?“ Het antwoord moet luiden:
‘Neen; het was geen ‘tijd van nood‘ .
Dat laatste hopen we tenminste voor het konijn.

Gebed

gebed

‘k Heb Hem gezocht,

in ’t donker en in ’t licht,

wanneer ik voelde dat mijn tak was afgebroken.

Ik heb gebeden

met mijn oogjes dicht

en van mijn laatste geld een kaarsje opgestoken.

Ik blijf Hem zoeken tot de laatste dag,

niet in het lof zozeer, de hoogmis of de zegen.

Want juist op plekken waar ik Hem niet had verwacht,

daar kom ik Hem in volle glorie tegen.

 

Toon Hermans

Licht

licht Wanneer ons gegeven
wordt
te geloven
worden wij
uit het donker gehaald
en daar gebracht
waar licht is.
Alle donker
is niet verdreven
maar wel krijgen wij
Licht op onze levensweg.
Wij krijgen de kans
en ook de taak
om licht te brengen.

licht2 Wanneer in ons leven
het donker toeneemt
en eenmaal
de overhand krijgt
mogen we blijven geloven
in het licht.
God, die Licht is,
zonder duisternis,
zal zelf voor eeuwig
het licht zijn
van de volkeren.
En bij de dood
van haar gelovigen
bidt de kerk:
Moge het eeuwige licht
hen verlichten

Uit: Voortgaan of heengaan
H.C.A. Ernst, oud-bisschop van Breda

Klein en groot

Het is opvallend hoe vaak wij in onze kerstverhalen verkleinwoorden gebruiken: de herdertjes, de engeltjes, het stalletje, de schaapjes, het kribje. Het achtervoegsel ‘-je’ maakt klein, wat eigenlijk groot is: mannetje, vrouwtje, huisje.

Als jij een Twingo hebt en je eigenlijk niet kunt uitstaan dat je buurman net een Mercedes heeft gekocht, dan zeg je gewoon tegen hem: “Wel een leuk wagentje”.

Sommige woorden kun je echter niet verkleinen. Ooit iemand ‘Godje’ horen zeggen? Neen, nooit, want God is groot. Toch is juist God als een klein mensenkind op aarde gekomen, opdat wij mensen elkaar nooit meer zouden kleineren.

klein en groot

God die ons zoekt….

Een kleinzoon van rabbi Baruch hield als kleine jongen ervan om verstoppertje te spelen. Op een dag speelde hij met zijn vriendje in het huis van zijn grootvader. Hij verborg zich op zolder in een kast en wachtte in de ver-onderstelling, dat zijn vriendje hem zou zoeken. Hij wachtte lange tijd, maar tevergeefs.

David kwam op den duur uit de kast tevoorschijn en trof zijn speelkameraadje nergens aan. Huilend liep hij naar de studeerkamer van zijn opa en klaagde: “Ik had me zo goed verstopt, maar mijn vriendje heeft me laten zitten! Hij heeft me zelfs niet eens gezocht!”

Tranen stroomden ook over de wangen van rabbi Baruch. “Ach, lief kind”’,  zei hij, “Zo is het eigenlijk ook met God. Hij heeft alle reden tot klagen, net als jij! Hij heeft zijn aangezicht voor ons verborgen, opdat wij hem zouden zoeken, terwijl hij zich laat vinden, maar wij mensen zoeken hem niet eens ! ‘

Blijf ik staande?

Blijf ik staande als Hij komt, ook als Zijn komst betekent dat ik kleur moet bekennen voor wie en voor wat ik sta… Durf ik te blijven staan als ik Zijn gezicht herken in de ogen van de vluchteling die hier een veilig heenkomen heeft gezocht… het uitgeprocedeerde gezin dat al weken bivakkeert in een inderhaast opgetrokken tentenkamp op een parkeerplaats…

Wat doe ik als ‘de vreemdeling’ belachelijk wordt gemaakt, bespot… weggezet als zondebok van de economische crisis… Wat zeg ik als er een racistische mop wordt verteld… Ach, het is toch maar een grapje en het is zo gemakkelijk en vooral veilig om mee te lachen. Waarom zou ik degene moeten zijn die de stemming bederft… Sta ik dan op of blijf ik zitten waar ik zit…

Durf ik openlijk aan de kant te gaan staan van de uitgestotenen, de zwakken, de  wanhopige, de moedeloze, de ‘losers’ van deze wereld…

Durf ik in het voetspoor van Hem die wij verwachten, kleur te bekennen?

Blijf ik staande?

Dorothée van Leer

Vensters op katholiek geloven

De website www.venstersopkatholiekgeloven.nl is opgezet voor leraren, die meer willen weten over wat en hoe katholieken geloven. Dit is het derde deel van een project, dat voor het katholiek onderwijs is ontwikkeld: ‘Meer katholieke kennis in de klas’. De twee andere delen zijn: Maar wie is God (crossmediaal) en Mijn school is katholiek !

Het boek Mijn school is katholiek! is door CNV Onderwijs en de uitgeverij Adveniat Geloofseducatie (Katholieke Bijbelstichting) aan álle katholieke scholen in Nederland gratis beschikbaar gesteld. De kennis over het katholieke geloof en zijn tradities ebt langzaam weg. Met de publicatie Mijn school is katholiek! wil CNV Onderwijs samen met Adveniat Geloofseducatie de kennis over dit onderwerp weer terugbrengen in het onderwijs. Het boek is bestemd voor docenten voort-gezet onderwijs, leerkrachten basisonderwijs, Pabo-studenten, maar ook ouders van leerlingen.

Het boek is verkrijgbaar in de boekhandel.

boek katholiek