Franciscus en de veertigdagentijd

Op weg naar Goede Vrijdag en Pasen

In het geloofsleven van Franciscus, de patroonheilige van de kerk in onze geloofsgemeenschap, neemt het kruis van Goede Vrijdag een bijzondere plaats in. Er zijn twee bekende korte ‘kruisgebeden’ van Franciscus.

Telkens wanneer hij een kerk of kapel betrad, bad hij: “Wij aanbidden u, Heer Jezus Christus, hier en in al uw kerken over de hele wereld, en wij loven u omdat gij door uw heilig kruis de wereld hebt verlost”.

Voor het kruis in het klooster van San Damiano bij Assisië, dat thans in de kerk van H. Clara te Assisië hangt, bad Franciscus: “Hoogste, roemrijke God, verlicht de duisternis van mijn hart en geef mij het ware geloof, de gegronde hoop en de onverdeelde liefde, het aanvoelen en de kennis, Heer, om uw heilige en waarachtige opdracht te kunnen uitvoeren. Amen.”

Franciscus en het vasten

Franciscus van Assisië heeft in 1221 en 1223 leefregels geschreven voor zijn volgelingen, zijn broeders en zusters.

In de regel van 1223 schreef hij: “En zij vasten van Allerheiligen tot Kerstmis. Wie in de heilige veertigdaagse tijd, die de Heer door zijn heilig vasten geheiligd heeft en die vanaf de Openbaring van de Heer (Driekoningen) veertig dagen achtereen duurt, vrijwillig vast, moge door de Heer gezegend zijn. En wie niet wil, is er niet toe verplicht, Maar in de veertigdagentijd voor de Verrijzenis van de Heer vasten zij wel.”

In de leefregel van 1221 stond er nog bij, dat ze behalve op de vrijdagse vastendag, volgens het Evangelie mogen eten van alle spijzen, die hun worden voorgezet. Deze verwijzing slaat op Lucas 10, vers 8: Als je in een stad komt waar men je ontvangt, eet dan wat men je voorzet. 

Reacties zijn gesloten.