Klein en groot

Het is opvallend hoe vaak wij in onze kerstverhalen verkleinwoorden gebruiken: de herdertjes, de engeltjes, het stalletje, de schaapjes, het kribje. Het achtervoegsel ‘-je’ maakt klein, wat eigenlijk groot is: mannetje, vrouwtje, huisje.

Als jij een Twingo hebt en je eigenlijk niet kunt uitstaan dat je buurman net een Mercedes heeft gekocht, dan zeg je gewoon tegen hem: “Wel een leuk wagentje”.

Sommige woorden kun je echter niet verkleinen. Ooit iemand ‘Godje’ horen zeggen? Neen, nooit, want God is groot. Toch is juist God als een klein mensenkind op aarde gekomen, opdat wij mensen elkaar nooit meer zouden kleineren.

klein en groot

Reacties zijn gesloten.