Groei

Een Europese ontwikkelingswerker maakte in Senegal op een avond een wandeling langs de rivier van het dorp. Hij genoot van de Afrikaanse zonsondergang. Bij de rivier zag hij een man, die lag te rusten met naast hem zijn gevangen vis. De ontwikkelingswerker bleef staan, de visserman ging rechtop zitten. Toen ontstond een gesprek.

‘Waarom vis je niet verder?’

‘Ik rust uit en geniet, als jij, van de zonsondergang’.

‘Waarom neem je geen grotere emmer, dan kun je meer vangen’.

‘Ik heb genoeg. Wat zou ik met meer moeten doen?’

‘Die kun je verkopen, dan heb je geld’.

‘Wat moet ik met dat geld?’

‘Dan kun je, als je hard werkt, misschien een kano kopen. Dan kun je de rivier op en nog meer vangen en  dan verdien je meer’.

‘En dan?’

‘Dan kun je een grotere boot kopen. Met sleepnetten. Daarmee kun je de zee op. Dan kun je rijk worden’.

‘En dan?’

‘Dan kun je uitrusten’.

‘Maar dat doe ik toch al, ik lag toch te rusten en te genieten, toen jij kwam?’

Wie is hier de wijze? En wie de wilde? Wie de verstandige? Wie de opgejaagde?

Reacties zijn gesloten.