Carnaval: een religieus feest

Carnaval vieren is veel godsdienstiger dan velen denken…….

carnaval (Mobile)

Eeuwenoud en religieuze wortels
Carnaval is al zo oud als de mensen zijn en heeft meerdere betekenissen gekregen in de loop der geschiedenis. De meeste elementen van ons huidige carnaval komen uit die verschillende culturen, die in ons land hebben geheerst: de Germaanse, de Romaanse, de middeleeuwse, de hedendaagse tijd. Er zijn meerdere ‘lagen’ in ons begrip carnaval, die over elkaar heen liggen. Carnaval heeft zeker ook altijd een godsdienstige betekenis gehad en was zeker niet enkel de periode voorafgaand aan de religieuze vastentijd.
Was in de jongste, christelijke traditie van de laatste 1500 jaar het carnaval de periode voorafgaand aan het religieuze vasten, in de tijd ervoor bezetten de Romeinen ons land. Zij brachten ons bij een voor hen belangrijk feest, gevierd rond de goden van de Griekse ‘Kronia’ en de Romeinse ‘Saturnalia’: een feest dat zij tegen eind december zeven dagen lang vierden en waarbij de knechten op de stoel van hun heer mochten zitten en zich door hen mochten laten bedienen. Er werd luidruchtig feest gevierd en geschenken gegeven. Er is al van meet af aan, in heel vroege culturen, aan het begin van de winter een feestelijke periode van vernieuwing geweest, die sterk verbonden was met het nieuwe leven, dat door de goden werd geschonken in de lente. Chaos en wanorde, alles op z’n kop zetten bij dat feest, de ‘heersers van het gewone leven’ even van hun troon afgehaald, leiden uiteindelijk weer tot herstel van de normale orde. Het is een feest van begin en einde van het (zonne)jaar. Het is een lente en vruchtbaarheidsfeest, dat diende om de goden gunstig te stemmen voor een rijke en overvloedige oogst. Het is een feest op de overgang van winter naar zomer. De winter, als de (zonne)god ver weg lijkt, is een tijd van grote schoonmaak. De afgoden moeten verdreven worden om plaats te maken voor nieuw leven en vruchtbaarheid. Zo moet de aarde schoongemaakt worden, maar ook de mens: alle fouten, zonden en gebreken van het afgelopen jaar moesten worden opgeruimd.

Omkeringsfeest
In die tijd van de Romeinse overheersing van WestEuropa brachten soldaten in de legerplaatsen langs de Rijn ook andere feesten mee: verschillende ‘omkeringsfeesten’, die vooral op de overgang van de seizoenen gevierd werden. Bij de overgang van zomer naar winter was zo’n feest, waarvan verschil¬lende elementen terug te vinden zijn in het Sint Maartensfeest (op de elfde van de elfde, wanneer nu de nieuwe prins carnaval wordt gekozen!) en bij het begin van de lente was er ook zo’n feest: de hele wereld werd op z’n kop gezet, de knechten mogen voor enkele dagen de baas spelen: ‘Prins Carnaval en zijn adjudant’ krijgen voor drie dagen de sleutels van het stadhuis overhandigd en zijn heel even de baas.

Carnaval in latere tijd: niet deftig
De overdreven boersheid van de middeleeuwen leidt in de 17e en 18e eeuw tot een verbod in de steden. Carnaval vond men een typisch dom en plat vermaak van boeren, waar men zich in de (groeiende en opkomende) steden ver boven verheven voelde. De calvinistische soberheid en strengheid van boven de rivieren bevestigt en versterkt dat nog eens. Franse soldaten brengen in de 19e eeuw het feest naar Keulen, van waaruit het overslaat naar Maastricht en Venlo en wat later naar Brabant. In de jaren dertig van de 20e eeuw komt het pas weer tot volle bloei: het is crisistijd en bij weinig brood moeten er wat meer spelen komen. Het feest wordt door roomsen ook aangegrepen als mogelijkheid om als katholiek volksdeel iets te laten zien in een ‘protestante natie’.

Sociaal verantwoord…..
Je mag concluderen, dat het carnavalsfeest door de eeuwen heen een belangrijke sociaalmaatschappelijke functie heeft gehad. Je zit het hele jaar door in een bepaald stramien, met een bepaalde rol, met je eigen plaats. Dat valt allemaal weg met carnaval. Drie dagen lang staat de wereld op z’n kop. Je ontdekt heel andere kwaliteiten, bij jezelf, bij anderen. Je ziet anderen letterlijk anders van buiten. Als je nou even aan de kant gaat staan, dan zeg je misschien: ‘Waar is dat nou goed voor? Uren en dagen zweten, hossen, vluchtige contacten?’ Ja, maar je moet bij een feest ook niet opzij gaan staan of zitten! Je moet mee als je kunt met die feestvierende mens. En die feestende mens is veel rijker dan de mens met z’n altijd dezelfde sores…

Religieus verantwoord…
Carnaval als uitlaatklep. Het is louterend en bevrijdend. Voor éven vrij van alles wat moet en hoort. Chaos en wanorde als basis voor regelmaat en vaste patronen. Dan is het toch nog een beetje Bijbels ook? Doen we in de veertigdagentijd niet hetzelfde: louteren en opnieuw beginnen? Even de bloemetjes buiten zetten, even helemaal uit je dak gaan, even goed gek doen, dat heeft een mens nodig op z’n tijd. Dat hadden onze voorouders, in welke tijd ook, goed door. Ze verbonden het zelfs aan hun belangrijkste godenfeesten. Innerlijke vernieuwing, ‘naar lijf en ziel herboren worden’, opstaan tot nieuw leven: het zijn belangrijke christelijke begrippen. We denken vaak dat carnaval betekent: nog even feesten, voordat het serieus wordt in de vastentijd, maar verschillende elementen van de vasten komen ook al aan de orde in het carnaval.

Pastoraal Werker Jan Vernooij

Reacties zijn gesloten.