Thema Pasen

Bezinnen, Bidden en het uitkijken naar de Goede Week en Pasen

Is Hij uw icoon (ook)?

Heeft u dat ook, een foto of afbeelding die je lief is? Ik heb ze in de Hasseltse pastorie samengebracht op een zolderkamertje, het zijn inmiddels zo’n twintig foto’s van hen die belangrijk zijn geweest in mijn leven. Bij een huisbezoek zie ik ze vaak, de vele fotolijstjes, het zijn dankbare objecten om een gesprek te openen en pijn van gemis woordeloos voelbaar te laten zijn. Soms komen ze uit de fotoalbums te voorschijn, met verbleekte kleuren alsof ze het daglicht al lang ontwend zijn. Ik denk dat wij elkaar wel vinden rond die ene vraag waar die dierbaren nu eigenlijk zijn, bij gebrek aan zekerheid wordt het dan stil. Bij mij hangen de lijstjes in het zolderkamertje waar mijn strijkplank eveneens staat, waar overhemden op een stapel liggen te wachten totdat alle knoopjes er weer aanzitten, maar dat doe ik altijd morgen, overmorgen, over…… Gedurende de winter zie ik dus de fotolijstjes nauwelijks, mijn ongestreken overhemden verdwijnen immers onder mijn truien en wat niet weet wat niet deert. Maar als de truien over enkele maanden de kast in gaan, dan moet ik er aan geloven. Dan strijk ik gedachteloos voor mij uit en kijken de ontslapenen mij vanuit hun (kringloop) lijstjes aan met een gezicht van: ‘En, weet je al waar wij zijn?: wij zouden je het antwoord kunnen geven, maar je moet het wel willen geloven en je moet er zelf ook iets voor doen’! Een antwoord op die vraag vind ik op de benedenverdieping, daar hangen verschillende iconen, binnenkort komt er een bij die mij heel dierbaar zal worden. De icoonschilder wil letterlijk en figuurlijk een beeld geven van de spirituele wereld. Het Griekse woord ‘eikoon’ betekent afbeelding of gelijkenis, ze worden vereerd omdat ze verwijzen naar een hogere en eeuwige waarheid. Iconen maken voelbaar en zichtbaar wat onzichtbaar is. Iemand maakt voor mij een icoon van 21 Egyptische Koptische christenen die door IS waren ontvoerd en op 15 februari 2015 aan de Libische kust werden vermoord. In de Koptische kerk worden zij allen vereerd als martelaren. Een icoon waarop je ze op een strand in een rij ziet staan in de oranje overals van de gevangenis Guantanamo Bay. Ik heb hen niet gekend, maar zij staan synoniem voor al die bekende en minder bekenden die volslagen onschuldig hun leven lieten omwille van hun geloofsovertuiging. Het is bekend dat deze 21 mannen tot het laatste moment van hun leven de naam Jezus aanriepen: ‘Lord Jesus Christ’. Ze riepen de naam van hun Heer aan. Jezus die zelf ook aanvoelde

 

dat Hij niet lang meer zou leven. Toen hij op een ezeltje naar Jeruzalem reed, wist Hij dat Hij niet de koning was die het volk gewenst had. Nadat men Zijn optreden als provocerend had ervaren, trok hij zich eerst nog terug om bij het laatste Avondmaal zijn boezemvrienden vaarwel te zeggen. Hij vertelde hen dat Hij intens van ze hield en vroeg dat ze hem zouden herinneren. Hij bad tot God om een definitieve oplossing te vinden en gaf zichzelf daarna over aan het onvermijdelijke. Maar Jezus zorgde ervoor dat de dingen die Hij van levensbelang vond konden worden voortgezet, ook nadat Hij was heengegaan. In de 40dagentijd vindt als het ware een soort repetitie plaats, een herhaling dus waarin wij de weg van verdriet en verlies herinneren die de Heer voor ons ging. Het hoogtepunt van de Vastentijd is als het ware de toegangspoort tot de Goede Week. Tijdens deze Heilige week herinneren wij ons de laatste dagen van Jezus leven. De mensen die Jezus uitjouwden, bespotten en hebben gedood zochten een aardse koning in plaats van een hemelse. Jezus dood was het grote verlies van de beweging die Hij begon, de beweging die uiteindelijk werd tot ons christelijke geloof. Zelf heb ik te Jeruzalem verschillende malen de Via Dolorosa gelopen, de weg die Jezus liep nadat Pilatus hem uit handen gaf om gekruisigd te worden. Telkens als ik daar loop te midden van de massa die zich door de nauwe straatjes van Jeruzalem voortbewegen, stel ik mij de vraag hoe velen zullen daar in het publiek gestaan hebben die troostend nabij geweest zijn? Van enkelen is het bekend, maar zou ik daar zelf gestaan hebben, wat zou ik gezegd hebben, gedaan hebben, als de onschuldige je passeert en je had aangekeken? We gaan het in vieringen en diensten allemaal hernemen, we gaan met Jezus mee, we zullen zijn dierbare naam aanroepen, wetend dat het ons leven niet in gevaar brengt. Als alle tumult voorbij is en iedereen vlak buiten de stadspoort de tekst boven zijn hoofd heeft kunnen lezen over het waarom van zijn dood. Dan gaan wij samen naar een tuin, daar waar de stilte is gevallen, waarover God sprak als ooit in de Hof van Eden, ‘Er zij leven!’. Waar een engel een preekstoeltje maakte van een weggewentelde steen en aan bezoekers de vraag stelde: ‘Wie zoek je eigenlijk? Hij is niet hier’; je weet toch waar Hij is?!

Theo L.M.M. van der Sman

 

Reacties zijn gesloten.