Mariadevotie

Gebed tot Maria

Heilige Maria, Moeder van God,
laat mijn hart blijven als het hart van een kind,
zuiver en doorzichtig als een heldere bron.

Vraag voor mij een hart vol eenvoud,
dat niet opzettelijk bezig blijft
met het koesteren van eigen leed.

Een hart, dat zich blij weet te geven,
dat mensen-zwakheid verstaat,
en teder weet mee te lijden.

Een trouw een edelmoedig hart,
dat geen weldaad vergeet
en geen aangedaan leed nadraagt.

Maak mijn hart mild en nederig, liefde gevend
zonder aanspraak te maken op wederliefde
blij als het in een ander hart plaats mag maken
voor uw goddelijke Zoon.

Een hart, groot en onoverwinnelijk,
dat geen ondank sluit
en geen onverschilligheid moedeloos maakt.

Een hart gekweld van verlangen
naar de verheerlijking van uw Zoon,
gewond door zijn liefde
en voor wiens wonden slechts de hemel
genezing kan brengen.

L.de Grandmaison SJ

Een nieuwe litanie

Moeder, glimlach van God,
stille glans van het moeder-zijn,
‘moeder’ blijf je voor ons, ondankbare bedelaars,
die niet erg veel zin meer hebben om te bedelen.

Moeder, zachte hand,
die ik meen te kunnen missen met m’n harde kop ;
zuiver als een dauwdroppel,
helder als een zilveren klok in de zomeravond,
zo gaaf en luid wenkt uw uitgestoken hand.

Moeder in mijn twijfels,
geef mij een flinke duw,
als ik de beslissende sprong niet waag.

Moeder van mijn jong enthousiasme,
maak me sterk tegen de sceptische lach
van de ‘grote’ mensen in mijn wereld.

Moeder in mijn onstandvastigheid
bij ogenblikken en vlagen van lafheid :
trek me weg van de lokkende dwaalwegen
binnen mijn overladen gelukswereld.

Moeder in mijn moedeloosheid,
als ik bezwijk onder de zweep van de routine,
toon mij hoe ik aan de saaie, rimpelloze vijver
van mijn dagelijks gedoe
vergeten bloemen weet te plukken en te sieren.

Moeder, binnen de wereld van mijn luidruchtigheid
moet je wel glimlachen bij het zien
van mijn lawaaierige onervarenheid
en droef te moede zijn,
als ik komedie speel :
ik ben niet eerlijk en eenvoudig genoeg,
om met u te spreken en naar u te luisteren.

Theo Willemen

mariadevotie

Voorjaarsconcert Christelijk Mannenkoor Dronten

Op zaterdagavond 28 april 2018  geeft het Christelijk Mannenkoor Dronten haar traditionele voorjaarsconcert. Het concert staat in het teken van het voorjaar, met het thema: “Schepping, zing van vreugd!”.

Ook zingen wij delen uit de Wilhelmuscantate van Johan Bredewout.

Dit concert vindt plaats in kerkcentrum “De Ark” aan De Oost 54 te Dronten. Aanvang: 20.00 uur. De Kerkzaal is open vanaf 19.30 uur.

Aan dit concert wordt medewerking verleent door de vaste begeleiders van het CMK: Niek Vedelaar piano, en Gert van der Weijde orgel.

Christelijk Mannenkoor Dronten

Het uit 55 zangers bestaande koor staat sinds september 2004 onder leiding van Peter Speek uit Dronten. Het repertoire bestaat hoofdzakelijk uit Nederlandstalige geestelijke muziek, afgewisseld met meer klassieke werken van Schubert en Händel, Engels- en Nederlandstalige negrospirituals en volksliederen. Met dit uitgebreide repertoire verzorgt het koor eigen concerten, verleent het medewerking aan kerkdiensten en optredens in zorginstellingen in en om Flevoland, ook op de regioconcerten van de afdeling KCZB Flevoland zijn wij van de partij.

Vol vertrouwen zien wij uit naar dit concert. Graag nodigen wij u uit naar ons te komen luisteren op 28 april a.s. De toegang is vrij. Aan het eind zal er een collecte worden gehouden ter dekking van de onkosten.

Tevens is er de mogelijkheid om onze CD te kopen.

Voor meer informatie  www.cmkdronten.nl

Van het bestuur

Eilanddagen op 20 en 21 april

Dit jaar worden de Eilanddagen gehouden op vrijdagavond 20 april en zaterdag 21 april. De locatie is kerkcentrum De Voorhof in Biddinghuizen en het profiel liturgie staat centraal.

Terugblik op geslaagde activiteiten

Op de middag van 3 maart was in kerkcentrum De Hoeksteen in Swifterbant de uitvoering van theoloog/cabaretier Kees van der Zwaard over Alzheimer. Ook het Alzheimer Café Dronten leverde een belangrijke bijdrage aan deze middag. Er waren ongeveer 130 aanwezigen. Op de avond van 3 maart was in de Ludgeruskerk in Dronten de uitvoering van de Maria Passie. Er waren meer dan 200 belangstellenden, die door hun aanwezigheid mede een financiële bijdrage aan het Lourdesfonds leverden. Op maandagavond 5 maart gaf kardinaal Eijk in de Petruskerk een lezing over voltooid leven. De kardinaal gaf op een heldere wijze weer hoe in Nederland de discussie over euthanasie en voltooid leven verloopt, wat er wettelijk is geregeld en hoe dit zich verhoudt tot de leer van de katholieke kerk. Met ruim 100 aanwezigen was ook dit een geslaagde bijeenkomst. Deze laatste bijeenkomst was door de geloofsgemeenschap georganiseerd in het kader van 50 jaar Pax Christi geloofsgemeenschap.

Relatie parochie en gevangenis

Op 21 februari was het pastoraal team te gast in de gevangenis van Zwolle. Het was voor de pastores een indrukwekkende ervaring om in een gevangenis te zijn. In de discussie is gewezen op het belang van een de goede opvang van gedetineerden na uitzitten van hun straf; dat zij na terugkeer in de maatschappij niet nog eens gestraft worden. Ook is een oproep gedaan aan de parochie om aandacht te hebben voor mensen die zich mede namens de parochie als vrijwilliger inzetten bij vieringen of bijzondere activiteiten in de gevangenis.

Nieuwe automatisering/ Ledenadministratie

Op 25 mei 2018 gaat in Nederland de AVG (algemene verordening gegevensbescherming) in. Zonder tussenkomst van derden moet iedereen dan kunnen inzien welke persoonsgegevens van hem/ haar zijn vastgelegd. Ook moeten de gegevens veilig worden opgeslagen en veilig worden beheerd. Voor kerken geldt deze datum van 25 mei 2018 niet, maar voor 1 juli 2019 moeten ook kerken wel aan belangrijke voorwaarden voldoen. Dit is de reden dat het bisdom de parochies verplicht om voor de ledenadministratie het programma DocBase te gebruiken. DocBase vervangt dan Navision. In DocBase is een koppeling met het Sila (en daarmee met de gemeentelijke basisregistratie) en met Exact Online (het nieuwe boekhoudprogramma dat de parochies nu gaan gebruiken). Op 12 maart hebben mensen van onze parochie die betrokken zijn bij de ledenadministratie een introductiebijeenkomst over DocBase bijgewoond. De overschakeling van Navision naar DocBase betekent een flinke inspanning voor de ledenadministrateurs van de geloofsgemeenschappen.

Financiële boekhouding

Het stoppen met het programma Navision heeft ook gevolgen voor de boekhouding van de parochie. De boekhouding 2018 zal worden uitgevoerd met het nieuwe programma Exact Online. In het budgethoudersoverleg zijn afspraken gemaakt over een taakverdeling betreffende de invoer van gegevens en zijn afspraken gemaakt om te zorgen dat de wijze van registreren door de geloofsgemeenschappen meer eenduidig gebeurd. Het samenstellen van een geconsolideerde jaarrekening van de gehele parochie kost anders teveel tijd.

Verklaring omtrent gedrag (VOG)

Om met de programma’s Exact Online en DocBase te mogen werken, worden aan de gebruikers strenge eisen gesteld. Om toegang tot de programma’s te krijgen moet een VOG overlegd worden en moet een eigen verklaring overlegd worden, dit alles om zorgvuldig met de privacygevoelige gegevens te mogen omgaan. Iedere gebruiker krijgt een eigen inlogcode.

Benoeming lid kascommissie

Het bestuur heeft Ben Meijer uit Swifterbant en Jos van Amesfoort uit Lelystad benoemd tot lid van de kascommissie. Zij volgen Toine Vos op, die afgelopen jaar lid van de kascommissie was. Daar Jos bij de gegevensinvoer van boekjaar 2018 betrokken wordt, zal hij als lid van de kascommissie alleen de jaarverslagen 2016 en 2017 mede beoordelen. Bij de beoordeling volgt de kascommissie de leidraad die door het bisdom hiervoor is opgesteld.

Toren Ludgeruskerk

Onlangs is bij de notaris de acte ondertekend waarin de parochie afstand doet van het kruis, het uurwerk en de klokken op de Ludgeruskerk in Dronten en deze om niet overdraagt aan de gemeente Dronten. Wel is vastgelegd dat de parochie/ Ludgerus geloofsgemeenschap het luidbeleid van de klokken behoudt.

Vier opleidingen van het Aartsbisdom Utrecht

Naast de priesteropleiding organiseert het Aartsbisdom Utrecht vanaf september 2018 in samenwerking met het Ariënsinstituut en de Diocesane Kerkelijke Caritas Instelling (DKCI) nog drie opleidingen, tot:
· onbezoldigd permanent diaken,
· catechetisch medewerker
· diaconaal assistent.

Het eerste (basis)jaar van deze opleidingen voor vrijwillige medewerkers in de parochies wordt aangeboden aan de drie groepen studenten gezamenlijk. De jaren daarna is het programma gericht op de onderscheiden opleidingen. Kardinaal Eijk doet “een dringend beroep om met prioriteit binnen uw parochie of parochiële caritas instelling kandidaten te werven voor deze vier opleidingen.” Voor meer informatie zie http://www.ariensinstituut.nl/opleidingen en de folders in de kerken.

Frédérique Molendijk en Peter Dekker

Thema Pinksteren

Daar zaten de leerlingen dan… Jezus was zojuist opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer konden zien. En nu moesten ze wachten op de heilige Geest die Jezus hen beloofd had. De Geest die hen kracht zou geven om in de wereld Jezus’ dood en opstanding te verkondigenpinksteren3

Ik kan me voorstellen dat ze van de ene emotie naar de andere geslingerd werden. Wat een intense weken waren er aan dit wachten voorafgegaan… Wat zou er hierna komen? En waarom moesten ze wachten op de Geest?

1. De Geest geeft kracht

pinksteren4De wereld is een plek waar kracht en macht belangrijk zijn. Als je maar genoeg gepresteerd hebt en in de ogen van de wereld succesvol bent, dan heb je het goed gedaan! Hoe anders is het koninkrijk van God, waar juist het zwakke en het kwetsbare naar voren geschoven wordt. Jezus, de Koning, die zich liet vastspijkeren aan een houten kruis… wat een vernedering! En daarover moesten zijn leerlingen getuigen? God gaf de heilige Geest, zodat de leerlingen niet alleen vervuld zouden worden met kracht en vrijmoedigheid om het evangelie te vertellen, maar zodat ze ook in Jezus’ naam wonderen zouden doen. Wonderen van genezing, wonderen van herstel, wonderen van troost, wonderen van demon-uitdrijving, wonderen van liefde. In de ogen van de wereld waren Jezus’ leerlingen waarschijnlijk maar een stelletje mislukkelingen, maar God gaf hen een belangrijke taak – waar ze zijn kracht voor nodig hadden om te kunnen volbrengen!

2. De Geest geeft leiding

Vaak zijn we geneigd om zelf te bedenken wat goed is om te doen. Maar God wil zo graag betrokken zijn bij ons leven. Ook uit de verhalen van de apostelen bleek dat zij soms een andere kant op wilden gaan, dan waar de Geest hen zond. Ze hadden gemakkelijk kunnen gaan dwalen, wanneer ze zélf zouden bedenken waar en hoe ze Gods Woord moesten verkondigen. Maar door elke dag te luisteren naar het zachte fluisteren van de Geest, kregen ze Gods wijsheid en leiding over elke volgende stap die ze moesten zetten. In plaats van alles van tevoren te willen weten hoe het zou gaan, leerde de Geest hen ook om per dag te vertrouwen op Hem. ‘Wacht op de Geest’, geeft je geen zekerheid dat je nooit pijnlijke situaties meemaakt, maar het geeft je wel de zekerheid dat God wil dat je daar bent waar je bent, ook al begrijp je zelf niet waarom.

3. De Geest geeft zijn gaven en vrucht

Het is ook de Geest die zijn goede gaven geeft aan Gods kinderen. En zijn gaven zijn erop gericht op de gemeente van Christus op te bouwen en te versterken (1 Korintiërs 12:4-7). Door de gaven van de Geest, kunnen Gods kinderen allemaal op hun eigen manier iets bijdragen aan de groei van Gods koninkrijk. En door die verschillende gaven leerden de leerlingen (en wij ook) om samen te werken met elkaar. Niemand kan alles, zodat je altijd afhankelijk bent van de mensen om je heen. God wil eenheid en wij mogen in liefde met elkaar samenwerken, geleid door de heilige Geest, zodat we samen zullen leven ter eer en glorie van Gods heilige Naam. En als wij leren om te wachten op de Geest, zoals ook Jezus’ leerlingen dat deden, dan zullen we vrucht dragen – omdat de Geest in ons zijn vrucht wil laten groeien!

Tekst: Carianne Ros

Thema Pinksteren

Van Goddelijke Vonk tot Uitslaande Brand

pinksteren1Men zegt van God dat hij bij de schepping van de wereld een vonk van zichzelf in de schepping wilde leggen. Maar waar moest die dan komen? Op een plaats waar de mensen ze zouden kunnen vinden. Dus niet op de bodem van de oceaan of op de toppen van de Himalaya. Maar het mocht ook weer niet te gemakkelijk worden om ze te vinden. Want, zo dacht God, wat te gemakkelijk te vinden is, is voor de mensen te banaal. Daarom legde hij zijn goddelijke vonk in het hart van ieder mens. Op die manier zouden de mensen ze altijd met zich meedragen. En zo gebeurde het.

Maar God wist dat de mensen zijn vonk niet gemakkelijk zouden herkennen. Want ze kijken weinig in hun eigen hart. Ze lopen aan zichzelf voorbij. Ze verliezen zich in de drukte en het lawaai van de wereld, in de dagelijkse zorgen en beslommeringen. Terwijl je die vonk van God maar kunt zien en voelen als je de stilte opzoekt. Als je ook je eigen innerlijke lawaai stil kunt leggen en tot op de bodem van je hart kunt afdalen.

Dichtbij dus is de vonk, in ons eigen hart, maar toch moeilijk te vinden. Dat wist Paulus ook al, toen hij in zijn brief aan de Romeinen schreef dat de Geest in stilte in ons spreekt met onuitsprekelijke verzuchtingen. En ook Augustinus wist van wanten, toen hij ontdekte dat God hem intiemer was dan zijn eigen intimiteit. Hoe is het mogelijk, zegt hij in zijn ‘Belijdenissen’: “Gij God waart binnen en ik was buiten. Gij in mij, maar ik verloren in de drukte, buiten mijzelf, in het lawaai van de wereld”.

Ja, de Geest van God is met het diepste van onszelf verweven. Hij ademt in onze adem. De heilige Geest: dat is God van de binnenkant. De Geest die in ons binnenste de goddelijke vonk aanwakkert en tot ontbranding brengt.

Die Geest heeft ook de twaalf apostelen bewerkt. En dat hadden ze ook nodig. Hoe ontredderd waren ze niet na de verrijzenis, angstig en verkrampt gebarricadeerd in zichzelf, onbereikbaar, gevangen in het trauma van Jezus’ dood. Hoe bang waren ze niet voor wat er kon gebeuren, hoe afwezig was het vertrouwen, hoe klein en wankelbaar hun verrijzenisgeloof. Maar de Geest heeft hen ingrijpend veranderd. Want de Geest is het licht in ieder mensenhart. Hij is ieders grote trooster. De aangename gast van je ziel. Een heerlijke verkwikking. Een rustpunt als je geestelijk uitgeput bent. Een beschutting tegen de hitte van de zon. Een balsem voor je gewonde ziel. Dat alles is en doet de heilige Geest. En dat zijn geen beweringen in het wilde weg; het zijn de woorden van het Gregoriaanse ‘Veni sancte Spiritus’ van Pinksteren.

En kijk dan eens naar de twaalf apostelen in de lezing van daarstraks. Wat zijn ze veranderd : eerst zo schuw en bang, en vandaag zo moedig en sterk te midden van de menigte op het tempelplein. Met een vertrouwen en een overtuigingskracht waartegen geen enkele taalbarrière bestand is. De schuchtere goddelijke vonk in het diepste van hun ziel is een uitslaande brand geworden. Vurige tongen zetten zich op hen neer, zegt de lezing van vandaag. Zij spreken met een heilig vuur. Dat is Pinksteren: de Geest die de vonk van het godsverlangen in ons aanwakkert tot een uitslaande brand. Die je de kracht van de overtuiging geeft. Waar het hart vol van is, loopt de mond van over.

Overdrijf ik met te zeggen dat de Geest vandaag de dag een zwaar programma heeft? Als wij de Westerse Kerkgemeenschap – ook hier in Nederland – eerlijk bekijken dan moeten we ons toch wel afvragen waar de tongen van vuur zijn. Wij, Westerse christenen van vandaag, lijken meer op de apostelen door bang weg te kruipen in onze krimpende gemeenschap, dan wel op de twaalf die het tempelplein oprenden om te midden van de mensen gloedvol hun verhaal te doen.

Hoe komt dat nu? O ja, we willen beleefd blijven en onze mening niet opdringen. We zijn toch zo voorkomend en tolerant in die pluralistische maatschappij van ons. We buigen als een knipmes voor hen die een andere overtuiging zijn toegedaan. En uiteraard moeten wij iedereen respecteren in hun overtuiging. Maar maken we het ons niet wat gemakkelijk? Is er met dat ‘respect’ ook niet een stuk identiteitsschaamte gemoeid? Is de vlam er nog wel? Pinksteren roept ons op om de catacomben te verlaten en ons met overtuiging te tonen aan de anderen. Christenen zijn maar christenen als zij zich laten zenden en durven getuigen van het vuur dat hen in brand heeft gestoken.

Zoals ik daarnet al zei: waar het hart van vol is loopt de mond van over. De mond kan dus maar overlopen als het hart vol is. En is ons hart wel vol? De volheid van het hart is het werk van de Geest. Alleen als hij ons verkilde hart verwarmt, als hij onze stramheid soepel maakt, als hij onze dorheid bevloeit, als hij de gids is op onze levensweg, als hij ons zijn zeven gaven meedeelt, dan zal ons hart volstromen en zal onze mond overlopen. Dan pas gaat het geloof leven en wordt het aantrekkelijk voor anderen, zonder opdringerige drammerigheid en betweterij.

Pinksteren moet ons weer brengen tot spiritualiteit. Spiritualiteit heeft te maken met ‘spiritus’, met de werking van de Geest. Laat ons openstaan voor de stilte, voor de inkeer, om de goddelijke vonk te ontdekken. De stilte zoeken in je eigen leven en je de vraag stellen: Ben ik wel goed bezig? Wie ben ik? Waar ga ik naartoe? Waar vind ik de volheid van het leven? Waar is de vonk in mij die een brand kan worden? Kom, Heilige Geest. Kom, Trooster. Kom, volheid.

pinksteren2

Thema Hemelvaart

hemelvaartBroeders en zusters, ‘Op weg gaan’ of beter nog ‘vertrekken’ is het sleutelwoord van dit feest: Jezus vertrekt naar de Vader en geeft de leerlingen de opdracht naar de wereld te vertrekken (Paus Franciscus). Je zou er inderdaad, net als sommige leerlingen, van gaan aarzelen. Het is eigenlijk vreemd. Jezus, je beste vriend, je leraar vertrekt voorgoed uit je blikveld. Zijn vertrek zou logischerwijs er toe leiden, dat je je verlamd voelt. Je kunt geen stap meer zetten, geen hap meer door de keel krijgen. Hoevelen van ons maken dit niet mee als een van hun geliefden sterft? De hele wereld lijkt door het vertrek van de geliefde in elkaar te storten.
Toch roept Hemelvaart ons op om niet te blijven staren, maar er op uit te trekken en net als Jezus, gezondene van de Vader in de wijde wereld te worden. Jezus zelf is de gezondene in ons midden. Omdat Jezus alle macht heeft kan Hij ons tot gezondene van de Vader maken. Hij en de Vader zijn immers één. We hoeven ons geen zorgen te maken dat wanneer we in Jezus naam gezonden worden wij Jezus tussen God en ons in plaatsen. Wie Jezus ziet, ziet de Vader! Wie Jezus hoort, hoort de Vader! Wie door Jezus gezonden wordt, wordt door de Vader gezonden!

We moeten erop uittrekken om mensen tot leerling van Jezus te maken. Doen wij dit? Kunnen wij dit? Het is natuurlijk een letterlijk dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest maar dit dopen is, onder normale omstandigheden, voorbehouden aan slechts enkelen onder ons. Er moet dus nog een andere manier van dopen bestaan. Wij moeten de wereld waarin wij leven onderdompelen, dopen, in de Naam van Vader, Zoon en Geest. Met die opdracht worden wij de wereld ingezonden. We moeten leerlingen maken door mensen onder te dompelen in de beweging van Vader, Zoon en Heilige Geest.

Hoe maak ik anderen tot leerling? In ieder geval niet zozeer door woorden maar vooral door aantrekkingskracht. Dompel anderen onder in je houding van vergevende liefde zoals de Vader doet. Dompel anderen onder in je houding van liefde tot het uiterste toe zoals de Zoon doet. Dompel anderen voortdurend onder in die liefdevolle en zachte nabijheid zoals de Heilige Geest. Hij die warm maakt wat is verkild en laat stromen datgene wat star is. Alleen zo maken we mensen tot leerlingen van Jezus. Heel concreet door onze daden van liefde.

Jezus vertrekt vandaag naar de Hemel. Wij vertrekken de wijde wereld in. Het lijkt er op als of er een scheiding plaats vindt. Jezus verzekert ons echter: “ik ben met jullie alle dagen”. Met de herinnering aan Jezus gaan wij de wijde wereld in om mensen tot leerlingen te maken. Een herinnering die meer is dan zo maar een gedachte. Het is een levende aanwezigheid dankzij de heilige Geest die Jezus ons geschonken heeft. Hij, de helper, zal ons geschonken worden om alles wat Jezus gezegd en gedaan heeft in herinnering te houden. Opdat wij kunnen liefhebben zoals Hij gedaan heeft.

Jezus vertrekt naar de Hemel. Ook Hij neemt de herinnering aan ons mee tot bij de Vader. Zijn wonden zijn de herinnering aan ons. Een blijvende aanwezigheid die ons voor het aangezicht van de Vader plaatst. Zo raakt vandaag de hemel de aarde en de aarde de hemel. Jezus in ons en Wij in Jezus.

Iedere eucharistie mogen we dat in het bijzonder vieren. Hemel en aarde raken elkaar in het brood en de wijn. De aarde wordt vervuld van Zijn Aanwezigheid en de hemel wordt vervuld van onze aanwezigheid. In de eucharistie is Hij onder ons aanwezig en zijn wij al een beetje in de hemel. Wat een geweldig feest! De elf leerlingen nu begaven zich naar Galilea, naar de berg die Jezus hun aangewezen had. Toen zij Hem zagen, wierpen ze zich in aanbidding neer; sommigen echter twijfelden. Jezus trad nader en sprak tot hen: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb. Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld.’

Abdij Koningshoeven

Pastoor Boogers vertrekt!

Mededeling van het pastoraalteam en besturen van de parochies Thomas a Kempis, H. Norbertus en H. Christoffel. (bestemd om voorgelezen te worden in het weekend van 7/8 april 2018)

Beste parochianen,

Pastoor Hans Boogers gaat onze parochies als pastoor verlaten. Per 1 mei aanstaande heeft hij een nieuwe benoeming geaccepteerd als pastoor in de stad Utrecht. Tot 1 juni blijft hij als pastoor aan onze parochies verbonden.

Op Sacramentsdag, 3 juni, zal hij in de Heilige Stede in Hasselt voor het laatst in onze parochies als pastoor voorgaan. We wensen pastoor Boogers veel succes toe in zijn nieuwe benoeming en danken hem zeer voor de mooie jaren die we samen hebben mogen beleven.

Zijn opvolger is pastoor Ton Huitink. Pastoor Huitink zal op vrijdagavond 15 juni geïnstalleerd worden als pastoor van onze drie parochies.  De locatie waar dit zal plaatsvinden zal te zijner tijd bekend gemaakt worden.

We wensen pastoor Ton Huitink een mooie tijd toe in onze parochies en vertrouwen op een vreugdevolle en collegiale samenwerking.

‘Onwenselijk dat individu beslist over eigen leven’

15-11-2017| Van de redactie  Barnelveldse Courant

BARNEVELD ‘Er is niets dat mij aan dit leven bindt’, zegt iemand op de website Voltooid Leven. De discussie rond vroegtijdige levensbeëindiging zwelt aan. Kardinaal Willem Eijk (64) geeft hierover een lezing, maandag 20 november om 20.00 uur in de Barneveldse Catharinakerk. De aartsbisschop ziet een ‘hellend vlak’ rond de ethische kwestie.

Freek Wolff

In het bisschopshuis, hartje stad Utrecht, ontvangt de kardinaal me in de meest historische ruimte. Klassieke schilderijen aan de muur, zware stoelen en een groot crucifix in het midden. Hoe kon het anders.

Het hoofd van het rooms-katholieke aartsbisdom Utrecht is glashelder: een voltooid leven is een leven dat een natuurlijk levenseinde kent. De kardinaal vindt dat mensen geen beschikkingsrecht hebben over het leven, omdat dit alleen aan God toe komt. ,,Het gaat hier om ons lichamelijk leven. De ziel blijft bestaan voor het leven na de dood. Die is dan in Gods hand. Wanneer we iemand doden, gaat het alleen om het lichamelijk leven, hoewel dit een essentiële dimensie is van de mens. De kerk leert dat we – ziel en lichaam – geschapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis. In zijn totaliteit. Alles wat God naar Zijn beeld en gelijkenis schiep, is – evenals Hijzelf – niet louter een middel tot een doel, en dat geldt ook voor ons lichamelijk leven. Je kunt het niet opofferen, inzetten, als middel tot een doel om aan het lijden een einde te maken. Dat is het uitgangspunt van de kerk. Het beschikkingsrecht over het leven komt ons niet toe. Wanneer iemand ernstig lijdt, dan nog kunnen we niet overgaan tot actieve levensbeëindiging, want dan haal je het totale beschikkingsrecht over leven en dood naar je toe.”

DRAAGBARE PROPORTIES Eijk vindt het wel vanzelfsprekend dat je iets moet doen om het lijden te verzachten. Mocht dat ondraaglijk worden, dan is het de opdracht van artsen en verpleegkundigen om dit terug te brengen tot draagbare proporties. Let wel: de arts heeft niet de opdracht om al het lijden weg te nemen. ,,Dat is onmogelijk, wat overigens voor alle terreinen van het leven geldt. Op allerlei momenten van ons leven worden wij geconfronteerd met lijden, tegenslag en teleurstellingen. Maar onze opdracht is om onze medemens bij te staan.”

Eijk ziet lijden als iets wat mensen overkomt, als gevolg van de erfzonde, door de val van de mens. ,,Daarmee vallen we terug op onze kwetsbare natuur. Daardoor zijn we onderhevig aan lijden, ziekte en dood.”

Op het vlak van de pijnbestrijding zijn de laatste decennia enorme vorderingen gemaakt, waar de medisch-ethicus uiteraard van op de hoogte is. ,,Toch blijkt uit onderzoek dat pijn in weinig gevallen de reden is om te vragen naar actieve levensbeëindiging. Want het lijden wordt door heel wat factoren bepaald. Zo wordt het sociale lijden dikwijls als het ergste ervaren, dat je in de steek wordt gelaten door anderen. Op het fysieke lijden hebben we wel een antwoord, want zelfs voor het psychische lijden zijn vaak medicamenten. En waar mensen ook erg tegenop zien, is de ontluistering van hun lichaam.”

Dat je als mens over je leven kunt beschikken, wil nog niet zeggen dat je over je leven mág beschikken, vindt de kardinaal. De overheid kan zorgen voor wetgeving, maar die is gebaseerd op morele inzichten. ,,Recht enerzijds en moraal en ethiek anderzijds zijn niet hetzelfde. Want recht maakt iets afdwingbaar en dat is bij de algemene moraal niet het geval. De wetgeving moet zijn gebaseerd op morele normen, en die zijn weer gefundeerd op een mensvisie. Als een mens geen recht heeft om te beschikken over eigen leven en dood, kan hij ook een arts niet delegeren om daarover te beschikken. De wetgeving is kortom niet waardenvrij, maar is gebaseerd op objectieve morele normen. Daar gaan we als kerk vanuit en dat is onderdeel van onze verkondiging.”

SLUIPROUTE Eijk weet ook dat het in de praktijk anders werkt en beseft dat de kerk een minderheid is geworden in de maatschappij. Voor 1967 hadden de christelijke partijen een meerderheid in de Tweede Kamer. Sinds dat jaar hebben ze die niet meer teruggekregen. ,,Er zitten nu twee christelijke partijen (ChristenUnie en CDA, red.) in het kabinet die hun invloed doen gelden. Hierdoor is de invoering van een wet over ‘voltooid leven’ waarschijnlijk vertraagd. Tegelijkertijd moeten we niet onderschatten dat er van buiten christelijke kring ook veel verzet is tegen de nieuwe wet over voltooid leven. Onder de bevolking tekent zich hiervoor wel een meerderheid af, maar dat is zeker niet het geval onder de medische beroepsgroep. Onder artsen is de steun voor de actieve euthanasiewet erg groot en die wordt ruimschalig toegepast, maar dat ligt anders met betrekking tot ‘voltooid leven’. De Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot Bevordering van Geneeskunst ziet heel veel bezwaren in een wet over ‘voltooid leven’. Deze organisatie vraagt zich af of dit niet de euthanasiewet ondergraaft. Want stel dat je daarmee niet gedaan krijgt wat je wilt? Dan probeer je via een sluiproute – die nieuwe wet – je doel alsnog te bereiken. En die is met minder zorgvuldigheidsmaatregelen omgeven. Een grote groep psychiaters in de ouderenzorg heeft gezegd dat er risico’s verbonden zijn aan legalisering van levensbeëindiging vanwege een ‘voltooid leven’. Omdat je bijvoorbeeld heel gemakkelijk de diagnose van een depressie over het hoofd kunt zien, wat niet onder de definitie van een voltooid leven valt. Want dan lijdt iemand als gevolg van een psychiatrische aandoening en moet je proberen die te behandelen. Het ligt in de praktijk allemaal niet zo eenvoudig.”

HYPERINDIVIDUALISTISCH De definitie op de website Voltooid Leven luidt: ‘Het gaat om mensen die veelal op leeftijd zijn, die naar hun eigen oordeel geen levensperspectief meer hebben en die als gevolg daarvan een persisterende, actieve doodswens ontwikkeld hebben’. Enkele personen verklaren op de site waarom zij uit het leven willen stappen, met argumenten als: ‘Ik zie vreselijk op tegen hulpbehoevendheid’ en ‘Je zelfstandigheid verliezen, is vreselijk’. Die redenen lijken op het eerste oog mager, maar het zijn wel persoonlijke keuzes en belevingen. De vraag is of de kerk of de overheid hier een veto over mag uitspreken.

Kardinaal Eijk vindt dat dit spanningsveld te maken heeft met de huidige cultuur, die in zijn ogen hyperindividualistisch is. ,,Het individu staat centraal. De mens heeft in onze cultuur niet alleen het recht, maar zelfs de plicht om een eigen visie te ontwikkelen. Dat wil zeggen: een eigen religie, een eigen levensbeschouwing en een set van ethische waarden. Hij moet zich ook in allerlei andere opzichten onderscheiden, door het uiterlijk bijvoorbeeld.

Tegelijkertijd leven we in een zeer conformistische tijd, want de jongerencultuur is wereldwijd vaak zeer homogeen. Het is niet echt individueel zijn en voor jezelf bepalen wat je denkt of wilt. Het is het gevoel dat je dat doet, want feitelijk laten mensen hun doen en laten bepalen door de massamedia, de publieke opinie en sociale media. Het gaat dan om het gevoel dat je zelf bepaalt wat de waarde van je leven is. Daar tegenover staat de klassieke visie, dat mijn leven een universele waarde heeft, die altijd en overal geldt, onafhankelijk van hoe ik mij voel, de condities waarin ik me bevind en hoe ik tegen mezelf aankijk. De hyperindividualistische opvatting zegt dat je de waarde van je leven alleen zelf kunt bepalen. Als we zeggen dat de overheid of de kerk eigenlijk niets te zeggen heeft over de waarde van mijn leven en hoe ik daarmee om ga, veronderstelt dit dat we individuen zijn, zonder enige band met elkaar. Maar wat ons wel degelijk met elkaar verbindt, is dat we mensen zijn met een waarde. Elk mens heeft een doel in zichzelf, zonder enige uitzondering. Daarom kun je het leven ook niet opofferen om aan het lijden een einde te maken. Als je dat zou toestaan voor een ander mens, zou het eigenlijk ook gelden voor mij. De beslissingen die andere mensen mogen nemen over hun leven, hebben als het ware een terugslagvisie op de waarde van mijn eigen leven. Ze zijn essentieel met elkaar verbonden.”

GLIJDENDE SCHAAL Daarom vindt Eijk het onwenselijk dat een ieder individueel kan beslissen over zijn eigen leven. ,,Want als een ander zegt dat zijn leven geen universele waarde heeft, zegt hij daarmee ook iets over mijn leven. Historisch cultureel kun je dat ook wel aantonen. Eind jaren zeventig discussieerden we over het legaliseren van actieve levensbeëindiging, maar dan alleen bij iemand die heel ernstig leed aan een onbehandelbare lichamelijke aandoening in de terminale fase. Later viel de terminale fase eraf en is dat uitgebreid met psychiatrische aandoeningen, dementie en ernstig gehandicapte pasgeborenen. Nu is ‘voltooid leven’ aan de orde, zonder dat er sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Je ziet een glijdende schaal. Het respect voor en de visie op de waarde van het leven is uitgehold. Het aantal gevallen van euthanasie stijgt nog steeds. Mensen van een hyperindividualistische cultuur kijken niet over de schutting van het eigen leven en kunnen zich niet voorstellen dat we als mensen essentieel met elkaar verbonden zijn, met een gezamenlijke wezensnatuur en universele levenswaarde.”

De kardinaal weet dat de gedachte aan euthanasie nogal eens op tafel wordt gelegd door familie van de patiënt of een medisch team, bijvoorbeeld in het geval van een vergevorderd stadium van dementie. ,,Zien lijden is immers soms moeilijker dan het zelf ondergaan. De vraag is wel in hoeverre demente mensen lijden. Als mensen boos zijn, kunnen ze daar ook medicatie voor krijgen. Nog steeds is een mens dan echt een levende persoon, ook al kunnen de vermogens van de ziel niet meer tot expressie komen door de ziekteprocessen. Dan nog heb je te maken met de universele waardigheid die elk mens toekomt. Die moeten we respecteren, ook al kost dat moeite.”

OMGAAN MET LIJDEN Mensen kunnen volgens Eijk steeds moeilijker met lijden omgaan. We hebben dat verleerd. ,,Dit heeft te maken met gewenning aan een hoge levensstandaard. We kunnen maar moeilijk accepteren dat daar iets aan ontbreekt. Want wat we nu meemaken, hadden de mensen een jaar of zestig geleden nog veel erger, waarbij de pijnbestrijding lang niet zo ver gevorderd was. Maar toen konden we beter omgaan met het lijden. Daarom kunnen we ons afvragen of de hyperindividualistische cultuur wel de meest wenselijke is. Tevens moeten we misschien eens nadenken over onze attitude ten opzichte van het lijden.”

De ernst van eenzaamheid, verminderde mobiliteit, verlies aan contacten wil Eijk niet onderschatten en bagatelliseren. ,,We moeten als mens en christen iets doen voor de medemens in nood. Zo zie je dat mensen in hospices een familiesfeer ervaren. Patiënten hebben hier vaak minder pijnbestrijders nodig en ze fleuren op. Gewoon omdat ze daar contact hebben.”

Macabere vormen van suïcide, die aan de orde van de dag zijn, legitimeren volgens Eijk niet om zwaar depressieve mensen – bot gezegd – ‘een spuitje te geven’. De kardinaal vindt dat er alles aan gedaan moet worden dat het lijden mensen niet naar de keel grijpt, maar hij weet ook dat dit niet altijd te voorkomen is. ,,De mens is verantwoordelijk voor zijn eigen daden, net als een arts, ook al is dat op verzoek van anderen. Maar die arts mag niet meewerken aan levensbeëindiging, want de patiënt heeft geen zelfbeschikkingsrecht, en kan dat ook niet delegeren.

Je vraagt nogal wat van een arts, om het leven van een ander te beëindigen. Je zadelt iemand op met iets wat hem aangrijpt, want gemakkelijk is het niet. Dat went nooit. Er zijn ook andere mogelijkheden om je leven te beëindigen, zoals stoppen met eten, al kunnen daar ook ethische bezwaren tegen bestaan, maar dan zadel je een ander mens niet op met een voor hem schokkende ervaring. Legitimering om met een injectie te voorkomen dat mensen voor de trein springen, gaat niet op.”

Vanuit de Bijbel wijst Eijk in de eerste plaats op het vijfde gebod (‘gij zult niet doden’), om te duiden waarom de kerk – volgens hem – tegen euthanasie moet zijn. Ten tweede haalt hij aan dat de mens geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis. ,,Daarom zul je zijn bloed niet vergieten. Het lichaam deelt in de waardigheid van de persoon als geheel, en dat geldt voor iedereen.”

 

Lees ook op KBO Lelystad over dit onderwerp